Pestprotocol

Pestprotocol 2017
Waarom een pestprotocol?
 


De school wil haar kinderen een veilig pedagogisch klimaat bieden, waarin zij zich harmonieus en op een prettige en positieve wijze kunnen ontwikkelen. Pesten gebeurt helaas overal, ook op onze school.

Het is belangrijk dat er een duidelijk en helder beleid is waar alle betrokkenen op kunnen terugvallen in voorkomende gevallen.


Pedagogisch oogpunt 

Natuurlijk is het beter om het pesten te voorkomen door het scheppen van een goed pedagogisch klimaat en daar gaat dan ook in eerste instantie de aandacht naar uit. De leerkrachten bevorderen deze ontwikkeling door het scheppen van een veilig klimaat in een prettige werksfeer in de klas en op het schoolplein. Alle betrokkenen dienen met respect met elkaar om te gaan. Ons pedagogisch uitgangspunt is dan ook dat onze leerlingen met elkaar moeten leren omgaan en dat zij daarbij behoefte hebben aan duidelijke regels en afspraken voor iedereen!!

Dat leerproces verloopt meestal vanzelf goed, maar het kan ook voorkomen dat een kind in een enkel geval systematisch door andere kinderen wordt gepest. Dan kan een kind zodanig in de knoop komen met zijn schoolomgeving, dat de ongeschreven regels van de leerkracht niet meer voldoende de veiligheid bieden en daarmee de gewenste ontwikkeling onderbreken. In een dergelijk geval is het van groot belang dat de leerkracht onder ogen ziet, dat er een ernstig probleem in zijn of haar groep is. In een klimaat waarin het pesten gedoogd wordt, worden ook de pedagogische structuur en de veiligheid daarin ernstig aangetast. Voor de school  is dat een niet te accepteren en ongewenste situatie. Dit protocol is een vastgelegde wijze waarop we het pestgedrag van kinderen in voorkomende gevallen benaderen. Het biedt alle betrokkenen duidelijkheid over de impact, ernst en ook specifieke aanpak van dit ongewenste gedrag.

Begripsomschrijvingen

Plagen

Plagen en pesten, wat is daar het verschil tussen? 
Iemand op het schoolplein een stevige duw geven, kan plagen zijn, maar het kan net zo goed gaan om echt pestgedrag. We spreken over plagen wanneer kinderen min of meer aan elkaar gewaagd zijn en het vertoonde gedrag een uitnodigend karakter heeft om iets terug te geven vanuit een onschuldige sfeer. Het gaat dan om een prikkelend spelletje, dat door geen van de betrokkenen als bedreigend of echt vervelend wordt ervaren. Er is sprake van een pedagogische waarde: door elkaar eens uit te dagen leren kinderen heel goed om met allerlei conflicten om te gaan. Dat is een vaardigheid die ze later in hun leven van pas komt bij conflicthantering, waar iedereen in zijn leven mee te maken krijgt.

Pesten

Het specifieke van pesten is gelegen in het bedreigende en vooral systematische karakter. We spreken van pestgedrag als het daarnaast ook nog regelmatig gebeurt, waardoor de veiligheid van de schoolomgeving van een kind wordt aangetast. De inzet van het pestgedrag is altijd macht door intimidatie. Het is dan ook de bedoeling van de pester om een onveilige situatie te creëren voor de gepeste. Dit kunnen wij als school niet accepteren. Daarom kiezen wij voor het uitvoeren van een protocol.

Verschijningsvormen van pesten

Verbaal pesten

Vernederen: "Haal jij alleen de ballen maar uit de bosjes, je kunt niet goed genoeg voetballen om echt mee te doen".

Schelden: " Viespeuk, etterbak, mietje"  enz.

Dreigen: "Als je dat doorvertelt, dan grijpen we je."

Belachelijk maken, uitlachen bij lichaamskenmerken of bij een verkeerd antwoord in de klas.

Kinderen een bijnaam geven op grond van door de kinderen als negatief ervaren kenmerken. (rooie, dikke, dunne, flapoor, centenbak, enz)

Gemene briefjes schrijven om een kind uit een groepje te isoleren of echt steun te zoeken om samen te kunnen spannen tegen een ander kind.

Fysiek pesten

Trekken en duwen of zelfs spugen.

Schoppen en laten struikelen.

Krabben, bijten en haren trekken.

Intimideren

Een kind achterna blijven lopen of een kind ergens opwachten.

Iemand in de val laten lopen, de doorgang versperren of klem zetten

Dwingen om bezit dat niet van jou is af te geven.

Een kind dwingen bepaalde handelingen te verrichten, bijvoorbeeld geld of snoep meenemen.

Isoleren

Steun zoeken bij andere kinderen dat het kind niet wordt uitgenodigd voor partijtjes en leuke dingetjes.

Uitsluiten: het kind mag niet meedoen met spelletjes, niet meewerken bij een groepsopdracht, niet meelopen naar huis, niet komen op een verjaardag.

Stelen of vernielen van bezittingen

Afpakken van schoolspullen, kleding of speelgoed.

Beschadigen en kapotmaken van spullen: boeken bekladden, schoppen tegen en gooien met een schooltas, banden van de fiets lek steken.

Cyberpesten over internet

Dreigen, schelden, namen geven enz. over internet

Groepsvorming tegen een kind over internet

Buiten school(tijd)

Wanneer bovenstaande zaken buiten school(tijd) gebeuren en dusdanige vormen aannemen dat kinderen daar tijdens hun functioneren op school last van hebben, dan wordt dit door ons als pesten gezien

Het anti-pestprotocol

Uitgangspunten 

  1. Als pesten en pestgedrag plaatsvindt, ervaren we dat als een probleem op onze school zowel voor de kinderen, de gepeste kinderen, de pesters, de 'zwijgende' groep kinderen, de leerkrachten en de ouders. 
  2. De school heeft een inspanningsverplichting om pestgedrag te voorkomen en aan te    pakken door het scheppen van een veilig pedagogisch klimaat waarbinnen pesten als ongewenst gedrag wordt ervaren en in het geheel niet wordt geaccepteerd. 
  3. Leerkrachten en overblijfouders moeten tijdig inzien en alert zijn op pestgedrag in algemene zin. Indien pestgedrag optreedt, moeten leerkrachten en overblijfouders duidelijk stelling en actie ondernemen tegen dit gedrag. Zij maken melding bij de groepsleerkracht die vervolgactie onderneemt.
  4. Wij geloven dat goed voorbeeld goed doet volgen en we gaan uit van concreet waarneembaar voorbeeldgedrag.


Preventieve maatregelen

  1. Zorg in vrije situaties voor voldoende toezicht op de leerlingen zodat we zien wat er gebeurt.
  2. De gouden regels die voor iedereen gelden en die duidelijk zichtbaar zijn in het hele gebouw.
  3. Prettige omgang met elkaar: leerlingen, leerkrachten en allen die in het gebouw aanwezig zijn.
  4. Leerkrachten zorgen voor een goede communicatie en afstemming m.b.t. onze regels en afspraken, ook naar ouders, overblijfhulpen en andere betrokkenen.
  5. Begrip voor mensen die anders zijn.
  6. Goed "onderhoud" van het pedagogisch klimaat: hanteren van de methode "kinderen en hun sociale talenten"
  7. Wij zorgen voor een nauwkeurige dossierstudie tijdens de intake van leerlingen die van andere scholen komen.
  8. Zorgen voor heldere consequenties bij het overtreden van de regels.
  9.  Zorg voor het tijdig inschakelen van externe hulp (wanneer we er zelf niet uitkomen).

Curatieve maatregelen

Formulieren en procedures leiden op zichzelf niet tot het verdwijnen van ongewenst gedrag. Wel is het belangrijk om in zaken als pestgedrag duidelijk te monitoren hoe het verloop van een casus wordt behandeld, want er is veel tijd mee gemoeid en er zijn ook vele betrokkenen.  Onderstaande tekst geeft concrete invullingen en handreikingen in het pedagogisch handelen vanuit de professionele schoolomgeving.

Bij het signaleren van een pestprobleem dat de leerling niet aan de leerkracht durft te vertellen, kan een kind naar een leerkracht van eigen keuze gaan. Deze leerkracht, een zogenaamde contact- en vertrouwenspersoon voor de kinderen, koppelt het probleem vervolgens terug naar de direct betrokken leerkracht alsmede de directeur van de school. Geheimhouding van dit probleem moet bij deze terugkoppeling gewaarborgd zijn.

De leerkracht heeft een zeer belangrijke rol, en zal helder en duidelijk moeten maken dat dit ongewenste gedrag volstrekt niet geaccepteerd wordt.
De leerkracht biedt in eerste instantie de gepeste leerling bescherming, spreekt ernstig met de pester en zijn ouders en richt zich vervolgens op de zwijgende middengroep en de meelopers.

Hulp aan het gepeste kind 
De begeleiding van het gepeste kind is van groot belang. Het kind is eenzaam en slachtoffer en heeft recht op professionele zorg vanuit de school. Naast het voorkomen van nieuwe ongewenste ervaringen staat het verwerken van de ervaringen. Dit kan mogelijk gebeuren door:

Gesprekken met een vertrouwenspersoon, bij voorkeur de leerkracht van het kind. Bij het monitoren van ontwikkelingen is het van belang naast incidentele momenten ook vaste momenten van gesprek in te bouwen waarin het kind gevraagd wordt naar de gewenste vooruitgang. Het doel is tweeledig: zowel het signaleren van nieuwe prikkels als het verwerken van de eerdere ervaringen.

Schriftelijke verwerking door het kind. Het kind krijgt de beschikking over een "verwerkingsschriftje" dat op elk gekozen moment door het kind kan worden ingevuld in en buiten de reguliere schooltijd om. Het gaat hier om een vertrouwelijk instrument van kind en leerkracht. Het kind krijgt op die manier de gelegenheid de traumatische ervaringen van zich af te schrijven/tekenen.

Hulp aan de pester
De pesters hebben in ons pedagogisch stelsel ook recht op hulp, zij zijn niet in staat om op een normale wijze  met anderen om te gaan en hebben daar onze professionele hulp bij nodig. Die hulp kan bestaan uit de volgende activiteiten:

Een gesprek waarin ondubbelzinnig zal worden aangegeven welk gedrag niet geaccepteerd wordt op de school. Dit gesprek wordt gevoerd als een slecht-nieuwsgesprek. Er wordt een schriftelijk verslagje van gemaakt t.b.v. leerlingdossier (Esis). Een duidelijk afspraak voor een vervolggesprek op termijn ongeacht de ontwikkelingen en welke straf er zal volgen indien het pestgedrag toch weer voorkomt.

Pestgedrag wordt binnen het team van de school gemeld zodat al het personeel alert kan reageren.

De ouders van zowel de pester als het gepeste kind worden geïnformeerd.

Van alle gesprekken met de pester en /of ouders worden verslagen gemaakt.
Indien deze activiteit geen oplossing biedt voert de leerkracht een aantal probleemoplossende gesprekken met de leerling waarbij getracht zal worden de oorzaak van het pesten te achterhalen. Daarnaast wordt geprobeerd de pester gevoelig te maken voor hetgeen hij/zij aanricht bij het  gepeste kind.

Als het pestgedrag blijft voortduren roept de school de hulp in van Schoolmaatschappelijk Werk Trajekt.

Hulp aan de zwijgende middengroep en de meelopers
De zwijgende middengroep is van cruciaal  belang in de aanpak van het probleem. Als de groep eenmaal in beweging is gebracht, hebben kinderen die pesten veel minder te vertellen. Deze middengroep is eenvoudig te mobiliseren, niet alleen door de leerkracht, maar ook door de ouders.

Hulp aan de ouders
Voor de ouders van het gepeste kind is het van belang dat de school ernst maakt met de aanpak van het pesten. Met de ouders van het gepeste kind zal overleg zijn over de aanpak en de begeleiding van hun kind. De ouders van de pester moeten absoluut op de hoogte zijn van wat er met hun kind gebeurt. Zij hebben er recht op te weten dat hun kind in sociaal opzicht bepaald zorgwekkend gedrag vertoont dat dringend verbetering behoeft.

De ouders van de zwijgende middengroep en de meelopers moeten zich bij de leerkracht kunnen melden als zij van hun kind vernemen dat er een kind gepest wordt. Ook voor ouders moet een klimaat geschapen worden waarin het duidelijk is dat de school open staat voor dit soort meldingen.

Ouders kunnen hun kinderen zeggen dat zij het verschrikkelijk vinden als kinderen elkaar pesten. Dat als hun kind het ziet, het zeker niet mee moet pesten, maar stelling moet nemen. Indien het kind die stelling niet durft te nemen, het altijd aan de ouders of aan de leerkracht moet vertellen. Praten over pesten is fundamenteel iets anders dan klikken. Ouders kunnen hun kind daarin ondersteunen en begeleiden.

De belangrijkste regel van het pesten luidt:

Word je gepest, praat er dan thuis en op school over.

Je mag het niet geheim houden!!

Repressieve maatregelen

  1. Indien er sprake is van incidenten betreffende pestgedrag wordt dat met de betrokken kinderen besproken door de leerkracht van het kind. Dit gesprek staat niet op zichzelf maar wordt regelmatig herhaald om het probleem aan te pakken. Van dit gesprek worden aantekeningen gemaakt in het leerlingendossier (Esis) van zowel de pester als het gepeste kind.
  2. Indien er sprake is van herhaald pestgedrag krijgt de pester, na overleg met de directie, een gele kaart van zijn leerkracht en worden de ouders van de pester in het bijzijn van de pester op de hoogte gesteld van de ongewenste gebeurtenissen in een gesprek op school. Aan het eind van dit oudergesprek worden de afspraken met de pester uitdrukkelijk doorgesproken en ook vastgelegd. Ook de op te leggen sancties bij overtreding van de afspraken worden daarbij vermeld. Gedacht kan worden aan uitsluiting van met name de situaties die zich in het bijzonder lenen voor pestgedrag. Daarbij kan gedacht worden aan: buitenspelen, overblijven, bewegingsonderwijs, excursies, schoolreisjes. De directeur en de IB-er van de school worden uiterlijk in dit stadium op de hoogte gesteld van de gesprekken met de kinderen en de ouders en kan de gemaakte afspraken terugvinden in het digitale kindarchief van de school.
  3. Indien het probleem zich toch blijft herhalen meldt de leerkracht dit gedrag aan de directeur van de school. De directeur geeft de leerling een rode kaart.
  4. De directeur roept de ouders en kind op school voor een gesprek waarbij ook de leerkracht aanwezig is. Ook het kind kan in dit eerste directie gesprek betrokken worden. De directeur gaat uit van het opgebouwde archief van de leerkracht en vult dit archief verder aan met het verloop van de gebeurtenissen. Vanaf nu is het de directeur die het heft in handen neemt en duidelijk de vinger aan de pols houdt. In overleg met leerkracht en IB-er worden maatregelen besproken en genomen. Ouders worden regelmatig uitgenodigd voor een gesprek op school. 
  5. Indien het gedrag niet verbetert kan er een verwijzing plaatsvinden naar het maatschappelijk zorgsysteem in de richting van SMW Trajekt, eventueel gecombineerd met inschakelen van begeleiding uit Cluster 4.
  6. Een en ander wordt zorgvuldig gedocumenteerd in het leerlingendossier (Esis) van de school.
  7. Indien het pestgedrag van de pester niet aanzienlijk verbetert, en / of de ouders van het kind onvoldoende meewerken om het probleem ook aan te pakken kan de directeur van de school overgaan tot bijzondere maatregelen als: isoleren van de pester of een tijdelijke uitsluiting van het bezoeken van de lessen van de school (schorsen)
  8. Uiteindelijk kan worden verwezen naar een andere basisschool of naar Speciaal Onderwijs.
  9. Bij ernstige verstoring van de orde of bedreiging van de veiligheid van op school aanwezige mensen kan, in overleg met bestuur en inspectie, worden overgegaan tot pedagogische verwijdering in afwachting van plaatsing waarbij de school zich zal inspannen om een passende oplossing te vinden voor de betreffende leerling.

De Gouden Regels

  1. Wij lopen in de gang.
  2. Wees zuinig en netjes.
  3. Iedereen hoort erbij.
  4. Handen thuis.
  5. Veiligheid vóór alles.
  6. Wij praten met elkaar.

Wij zijn met zijn allen verantwoordelijk voor het bewaken van deze regels en mogen elkaar corrigeren wanneer ze niet worden nageleefd: leerkrachten, directie, leerlingen en alle gebruikers van de school.

Maastricht, 5 januari 2011

MosaLira

mosalira

Communicatie

Onze Leerling

Snelkoppelingen