Dyslexie


Wat is dyslexiebeleid voor de basisschool?

Van basisscholen wordt heel veel verwacht. Bijvoorbeeld de zorg voor dyslectische kinderen. Ouders stellen meer eisen, kinderen worden getest doordyslexieplaatje 2017 bureaus, middelbare scholen verklaren leerlingen 'dyslectisch' terwijl op de basisschool daarvan niets bleek, en de inspectie vraagt om resultaten.

De oplossing is het formuleren van een dyslexiebeleid. Dit is een document, waarin alle betrokkenen kunnen nalezen wat een school met betrekking tot dyslexiebegeleiding te bieden heeft. Het dyslexiebeleid vervult dus verschillende functies:

Leerkrachten vinden in dit document hoe zij kunnen signaleren en wat de vervolgstappen zijn. Ze zien hoe de hulp binnen en buiten de klas is geregeld, en wat de basisvoorzieningen zijn. Kortom: ze vinden hier concreet wat er van hen wordt verwacht, en hoe ze dat kunnen uitvoeren.

Ouders lezen hierin wat de school te bieden heeft en wat er van hen zelf wordt verwacht, want de zorg voor dyslexie is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen ouders, school en kind.

De Onderwijsinspectie vindt een verantwoording van het beleid ten aanzien van de zorg voor dyslectische leerlingen.

Dyslexiebeleid basisschool John F. Kennedy

Achtergrondinformatie

Leesproblemen, vaak in combinatie met spellingproblemen, openbaren zich in de meeste gevallen al in de periode van het aanvankelijk lezen, in groep 3. Bij sommige leerlingen vallen stagnaties in de ontwikkeling van geletterdheid al in de kleuterperiode op. Het is van belang om problemen zo vroeg mogelijk op te sporen, zodat een begeleidingstraject de meeste kans van slagen heeft.

Hoewel de achtergrond van de leesproblemen sterk kan verschillen, hebben zwakke lezers als gedeeld kenmerk wel vaak decodeerproblemen: het omzetten van een letterreeks in een corresponderende klankreeks. Dit kan zich uiten in een spellende of radende leesstrategie. De hardnekkigheid van de problemen bepaalt of er sprake is van een, in principe oplosbaar, leesprobleem of van dyslexie.

Definitie

De officiële definitie van dyslexie, van de Stichting Dyslexie Nederland (2008) luidt als volgt: "Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau". Kenmerkend voor dyslexie is dat de problemen ondanks intensieve remediëring blijven bestaan.

Dyslexie is een stoornis, die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van het lezen en het spellen. Preventie van leesproblemen en het zo vroeg mogelijk verhelpen ervan is een belangrijke taak waar basisscholen voor staan.

Om te komen tot verbetering van het onderwijs aan leerlingen met (potentiële) problemen is het protocol dyslexie ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het protocol geeft ons handvatten om stagnaties in de ontwikkeling van de beginnende geletterdheid te signaleren en zoveel mogelijk te verhelpen. De leesproblemen kunnen op systematische wijze gevolgd worden.

In Nederland heeft ongeveer 10% van de leerlingen op de basisscholen moeite met leren lezen. Voor de meeste kinderen is extra onderwijskundige begeleiding voldoende om gezien hun mogelijkheden, op een optimaal lees- en schrijfniveau te komen. Echter bij ongeveer 4% van de leerlingen zal het proces altijd moeizaam blijven verlopen, omdat bij hun sprake is van dyslexie. Voor deze kinderen is gespecialiseerde hulp nodig, die gericht is op het behalen van een zo hoog mogelijk niveau van functionele geletterdheid. Dit zijn de kinderen die in aanmerking komen voor een dyslexieverklaring.

Kinderen met dyslexie hebben een ernstige lees- en spellingachterstand en behoren bij de landelijk genormeerde toetsen tot de 10% zwaksten; de V-leerlingen.

Wat doen wij op school?

We nemen de toetsen af die staan aangegeven in het Protocol Dyslexie. Toetsen staan vermeld in de toetskalender. We gebruiken de volgende toetsen:

  • Toetsen Taal voor Kleuters (groepen 1 en 2)
Bij de toets Taal voor kleuters kunnen de vorderingen op het gebied van taalontwikkeling van kinderen in groep 1 en 2 gevolgd worden

  • Herfstsignalering, wintersignalering, lentesignalering en zomersignalering van de methode Veilig Leren Lezen groep 3
  • CITO DMT en AVI (groepen 3 t/m 8)
Met de Drie-Minuten-Toets (DMT) en de AVI-kaarten stellen wij vast hoe goed de leerlingen in groep 3 tot en met 8 zijn in technisch lezen en gaan wij na waar de eventuele leesproblemen zitten.

  • CITO spelling (groepen 3 t/m 8)
Leesinterventies behorende bij het dyslexieprotocol

Groep 1 en 2

Vanaf groep 1 leert een kind eigenlijk al lezen. Kinderen ontdekken dat gesproken woorden uit losse klanken bestaan. Dit heet het fonemisch bewustzijn, een belangrijke voorwaarde voor het leren lezen in groep 3.

In groep 1 en 2 kan er natuurlijk nog niet gesproken worden over leesproblemen. Er kunnen al wel tekenen zijn die wijzen op problemen bij het voorbereidend lezen. Bijvoorbeeld als kinderen totaal niet geïnteresseerd zijn in letters of op geen enkele manier met taal bezig zijn.

Het kan een aanwijzing zijn als kinderen moeilijk de namen van hun klasgenootjes kunnen onthouden, versjes niet mee kunnen zingen of niet kunnen rijmen. Ook problemen bij het benoemen van de namen van kleuren en andere symbolen kunnen een aanwijzing vormen.

Dit hoeven geen voorboden van dyslexie te zijn, maar kinderen bij wie het bovengenoemde wordt gesignaleerd hebben wel een groter risico op het ontwikkelen van dyslexie. Zij worden goed gevolgd.

Ouders spelen een belangrijke rol in die eerste fase van het leesonderwijs. Zij kunnen thuis veel met taal bezig zijn, voorlezen en rijmspelletjes spelen, motiveren en bemoedigen.

Groep 3

In groep 3 begint een kind echt met leren lezen en schrijven. In deze fase is het aanleren van klank-letterkoppelingen en letterkennis belangrijk. Kinderen leren ook woorden schrijven als ondersteuning van het lezen.

In groep 3 kan de leerkracht periodiek diverse onderdelen van de leesontwikkeling toetsen. Er zijn vier momenten waarop de leerkracht de kinderen toetst. Deze toetsmomenten zijn de herfstsignalering, wintersignalering, lentesignalering en de eind-/ zomersignalering. Voor de verwerking van de toetsgegevens maken de leerkrachten gebruik van de toetssite van Veilig Leren Lezen.

Toetsmoment 1: herfstsignalering, na kern 3

Rond de herfstvakantie toetst de leerkracht de leesontwikkeling van elk kind met een aantal individuele toetsen, die aansluiten bij de gebruikte leesmethode.

Tijdens deze toets bekijkt de leerkracht per leerling of deze:

  • alle letters beheerst die in de methode zijn aangeboden;
  • van een uitgesproken klank de bijbehorende letter kan opschrijven;
  • nieuwe en afgeleide woorden kan maken met de letters die tot dan toe zijn aangeboden.
Nu is het moment aangebroken om te beoordelen of het leesonderwijs aanslaat. Als de leesontwikkeling dan achterblijft, moet op dat moment extra hulp worden ingezet.

Er wordt een interventie ingezet door groepsleerkracht vanuit de methode, bij ernstige problemen komt er extra VCB (Voortgang Controle Bespreking) met de Interne Begeleider.

Toetsmoment 2: wintersignalering, na kern 6

Rond januari zijn alle letter-klankkoppelingen behandeld en beheersen kinderen meestal de basisleesvaardigheid. De leerkracht toetst:

  • de elementaire leesvaardigheid;
  • de letterkennis;
  • de snelheid waarmee een woord wordt gelezen.
Er wordt een interventie ingezet door de groepsleerkracht vanuit de methode bij het niet halen van AVI M3 en/of IV en V scores op DMT (Drie Minuten Toets). In de groep wordt er elke morgen en middag 15 minuten extra gelezen uit vloeiend en vlot. Alle interventies worden verwerkt in een groepsplan, bij ernstige problemen komt er een extra bespreking met de Interne Begeleider.

Toetsmoment 3: lentesignalering, na kern 8

Deze signalering is een tussenbalans, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de kinderen die bij de wintersignalering tot de zwakke lezers behoorden. De lentesignalering is natuurlijk ook van belang voor de andere leerlingen. Het komt namelijk voor dat leerlingen die geen problemen hadden met het lezen van "mkm-woorden", wel problemen ondervinden bij het lezen van woorden met letterclusters en spellingproblemen. Die problemen kunnen aan het licht komen bij de lentesignalering.

Er wordt een interventie ingezet door groepsleerkracht vanuit de methode, en er wordt vervolgd met elke morgen en middag 15 minuten extra gelezen uit vloeiend en vlot. Alle interventies worden verwerkt in een groepsplan, bij ernstige problemen komt er een extra groepsbespreking met de Interne Begeleider.

Toetsmoment 4: zomersignalering, na kern 11

De eindsignalering maakt zichtbaar hoe ver de kinderen in groep 3 gekomen zijn. Aan de hand hiervan kunnen wij ook het leesonderwijs van het afgelopen jaar evalueren en zorgen voor een goede overdracht aan de leerkracht van groep 4. Er kan mogelijk een doublure groep 3 zijn.

Leerlingen die dan geen AVI E3 hebben en/of leerlingen die IV of V scoren op de DMT (Drie Minuten Toets) worden drie weken na de zomervakantie getoetst op tekstniveau en op woordniveau. Ouders krijgen vakantietips aan de hand van het boek Vos en Haas.

Groep 4

  • De leerlingen die vermeld staan voor extra toetsen worden 4 tot zes weken na de vakantie getoetst in groep 4.
o    Daarna volgt er een extra bespreking.

o    Interventie: groepshulpplan 5 keer per week vloeiend en vlot in de groep met groepsplan.

  • Medio groep 4  
o    Vervolgens eind januari / begin februari toetsmoment volgens protocol dyslexie (volgens toetskalender)

o    Interventie: groepsplan 5 keer per week vloeiend en vlot met groepsplan.

o    Bij ernstige problemen) een groepsbespreking met de Interne Begeleider.

  • Einde schooljaar toetsen volgens toetskalender
Voor al deze leerlingen geldt ook: remediëring van Estafette (Dit is de gebruikte methode voor technisch lezen).

Groep 5 t/m 8

  • De leerlingen die vermeld staan in groepsplan bij subgroep 1: drie keer per week RALFI lezen
  • De leerlingen die vermeld staan voor extra toetsen, 4 tot 6 weken na de zomervakantie toetsen.
  • Altijd bespreken in de groepsbespreking.
  • Wanneer minimaal een jaar is geremedieerd, en de scores van de Drie Minuten Toets (DMT) op V- niveau blijven, dan wordt er met de ouders besproken of er een aanvraag komt voor een onderzoek naar dyslexie.
Spelling

Groep 3

Altijd eerst remediëring van de methode door de groepsleerkracht met een groepsplan.

Groep 4 t/m 8

  • Altijd eerst remediëring methode door de groepsleerkracht met groepsplan.
  • Bij hardnekkige problemen (deze komen naar voren uit de CITO spelling en/of observatie leerkracht en methodetoetsen) maakt de groepsleerkracht een analyse van de dictees en van het schriftelijk werk.
  • Daarna remediëring van de methode of aanvullende materialen uit de orthotheek door de groepsleerkracht.
  • Eventueel wordt er een PI dictee (Het PI-Dictee is een spellingtoets voor het onderzoek van de spellingvaardigheid bij het schrijven van losse woorden) afgenomen.
  • Van school wordt verwacht dat het dyslexieprotocol correct wordt ingezet.
  • Begeleiding door school moet zijn vastgelegd en hardnekkigheid moet kunnen worden aangetoond middels 3 opeenvolgende toetsmomenten met daartussen 2 interventies, waarbij intensivering van de extra begeleiding moet hebben plaatsgevonden.
  • Dit houdt in dat er sprake moet zijn van:
o    Minimaal ½ jaar leerachterstand op lezen en/of spelling

o    V-scores bij DMT en/of SVS / Cito Spelling

o    Extra begeleiding van tenminste 3 x per week 20 minuten

  • Als onderzoek uitwijst dat een leerling dyslectisch is, krijgt deze een dyslexieverklaring.
Dyslexieonderzoek

De school stelt een leerlingdossier samen om het vermoeden van ernstige dyslexie bij een leerling te onderbouwen. Dit dossier bevat een overzicht van V-scores op lees- en spellingtoetsen en een beschrijving van de geboden hulp op school. Kinderen bij wie intensieve begeleiding op school onvoldoende helpt, hebben een verwijzing naar de zorg nodig.

Onderzoek en behandeling vergoed via zorgverzekering

Deze regeling geldt alleen voor leerlingen op de basisschool.

Sinds 1 januari 2009 zijn diagnose en behandeling van ernstige dyslexie opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Vergoeding van dyslexiezorg voor leerlingen op de basisschool is mogelijk onder bepaalde zeer strenge voorwaarden. Grondslag voor de vergoeding vormen de Protocollen Diagnostiek en Behandeling van Dyslexie.

Binnen deze regeling is het onderzoeksbureau verplicht om aangesloten te zijn bij één van de twee kwaliteitsinstituten (Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) of het Kwaliteitsinstituut Dyslexie). 

Dyslexiezorg na 1-1-2015

De diagnostiek en behandeling van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie zal als aparte regeling per 1-5-2015 overgeheveld worden naar de gemeenten. Samen met de jeugd GGZ komt ook de vergoedingsregeling dyslexie onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten.

Om te voorkomen dat te veel basisschoolleerlingen met lees- en/of spellingsproblemen aangemeld worden voor dyslexieonderzoek binnen de vergoeding via de zorgverzekering, heeft de school de functie van poortwachter.

Dyslexiezorg onder de jeugdwet

Het ministerie van VWS, het ministerie van Veiligheid en Justitie en de VNG hebben samen de handreiking Dyslexiezorg onder de jeugdwet voor gemeenten en samenwerkingsverbanden, uitgegeven.

Hiermee wordt beoogd gemeenten en samenwerkingsverbanden te ondersteunen bij het vormgeven van dyslexieaanpak in de eigen regio.

Leerlingzorg

De school stelt een leerlingdossier samen om het vermoeden van ernstige dyslexie bij een leerling te onderbouwen. Dit dossier bevat een overzicht van de resultaten van lees- en spellingtoetsen van het leerlingvolgsysteem en een beschrijving van de geboden hulp op school.

V-scores

Een leerling mag doorgestuurd worden naar de zorg wanneer hij tot de zwakste 10% behoort wat betreft lezen of wanneer hij tot de zwakste 16% op lezen én de zwakste 10% op spelling behoort. Voor scholen betekent dit concreet dat leerlingen met een V-score op lezen en leerlingen met een lage, IV-score op lezen én een V-score op spellen - mits vastgesteld op minimaal drie opeenvolgende meetmomenten en na aanbod van extra zorg/specifieke interventies (minimaal twee interventieperioden) - doorgestuurd kunnen worden naar de zorg.

Rol ouders

Vervolgens kunnen ouders hun kind aanmelden bij een dyslexiebehandelaar voor diagnose en behandeling. De behandelaar beoordeelt of in het dossier het vermoeden van ernstige dyslexie voldoende is onderbouwd om tot diagnostiek en behandeling over te kunnen gaan. Met andere woorden: de inspanningen van de school, samengevat in het leerlingdossier en het deskundig oordeel van de deskundige zijn medebepalend voor een vergoeding van de dyslexiezorg. De dyslexiebehandeling geldt als geoorloofd verzuim, waarvoor de school vrij mag geven.

Let op: uw zorgverzekeraar moet een contract hebben bij deze behandelaar, anders wordt niets vergoed of alleen maar een deel van de kosten. Vraag dit in ieder geval goed na bij uw zorgverzekeraar.

Duur behandeling

Het protocol diagnose en behandeling geeft aan dat de duur van de behandeling afhankelijk is van de ernst van de dyslexie en persoonsgebonden factoren als motivatie. Een standaardbehandeling varieert tussen de 12-18 maanden, overeenkomend met 40-60 behandelingen. Hiernaast moet er nog vier keer thuis worden geoefend, 10-20 minuten per keer. De John F. Kennedyschool verwijst kinderen voor een behandeling naar het RID (Regionaal Instituut Dyslexie) http://www.dyslexie.net, of naar een logopediste.

Bijkomende stoornis/comorbiditeit

In de Richtlijn comorbiditeit van het Nationaal Referentiecentrum Dyslexie (NRD) en het Kwaliteitsinstituut Dyslexie (KD), die per oktober 2012 als bijlage is opgenomen bij het Protocol Dyslexie Diagnostiek & Behandeling, staat dat een kind dat een bijkomende stoornis heeft in aanmerking kan komen voor vergoeding als de andere stoornis niet (meer) belemmerend is voor dyslexieonderzoek. Dit beoordeelt de dyslexiespecialist. Met bijkomende stoornis wordt bedoeld een erkende stoornis, vastgesteld door een door de begroepsgroep (Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) of de Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen (NVO)) erkende diagnosticus / deskundige.

Als de comorbide (bijkomende) stoornis wel belemmerend is voor dyslexieonderzoek en/of -behandeling dan komt het kind in eerste instantie niet in aanmerking voor vergoeding en wordt geadviseerd eerst de comorbide stoornis te laten behandelen. Als de bijkomende stoornis geen belemmering (meer) vormt, dan kan het kind in aanmerking komen voor het traject naar vergoeding binnen de zorgverzekering. Alle andere eisen blijven in alle gevallen gelden.

Het is de dyslexiespecialist die beoordeelt of de bijkomende stoornis belemmerend is voor dyslexieonderzoek en -behandeling, niet de behandelend arts van de bijkomende stoornis. Alle behandelaren die zijn aangesloten bij één van de twee kwaliteitsinstituten werken volgens deze nieuwe richtlijn comorbiditeit

 

Behandeling Dyslexie

Behandeling van dyslexie is gericht op het vergroten van de leesvaardigheid, het opheffen of verminderen van de beperking, het omgaan met de beperking en het voorkomen van nadelige gevolgen ervan.

In de praktijk komt dit neer op het:

  • zo snel mogelijk bereiken van een zo hoog mogelijk niveau van technisch lezen (woordherkenning) en spellen (schriftbeeldvorming);
  • kunnen omgaan met een laag niveau van technisch lezen door compensatie en gebruik van hulpmiddelen;
  • voorkomen van intellectuele achterstand in verhouding tot de individuele mogelijkheden van het kind;
  • voorkomen of verminderen van emotionele en sociale gevolgen.
Doel behandeling Dyslexie

Doel van de behandeling is het kind minimaal een niveau van lees- en schrijfvaardigheid te laten halen, dat past bij de leeftijd en levensomstandigheden van een kind. Dit niveau noemen we functionele geletterdheid.

Voorafgaand aan de behandeling stelt de dyslexiedeskundige een behandelplan op. Het behandelplan en de behandeling moeten gebaseerd zijn op het protocol behandeling van dyslexie. In dit protocol wordt de behandeling beschreven volgens de meest betrouwbare kennis van dit moment ('best practice').

Kurzweil

In groep 6, 7 en 8 werken de leerlingen met een dyslexieverklaring met het programma Kurzweil voor de teksten van begrijpend lezen en de zaakvakken (zie Protocol Kurzweil). Groep 5 werkt alleen thuis met Kurzweil.

Kurzweil 3000 is de beste dyslexiesoftware voor alle vormen van dyslexie in alle schooltypen. Het is veruit het meest gebruikte en meest geavanceerde dyslexie-programma. De kracht van Kurzweil 3000 is het grote gebruiksgemak van één vertrouwde werkomgeving in combinatie met unieke functies voor scannen, lezen, spellen, schrijven en leren. Kurzweil 3000 biedt scholen tevens interessante beheeropties.

Afspraken dispenseren en compenseren bij dyslexie

Wat is dispenseren en compenseren?

Compenseren

Van compenseren spreken we als maatregelen worden getroffen die de belemmeringen die het zwakke lezen en spellen met zich meebrengen, verminderen. Kenmerkend is dat de leerling de lees-/spellingtaak wèl uitvoert.

Leerlingen krijgen tijdverlenging, teksten worden vergroot, de normering bij toetsen wordt aangepast, leerlingen mogen gebruik maken van software en hardware).

Dispenseren

Dispenseren betekent dat de leerling een bepaalde taak niet meer hoeft uit te voeren: hij krijgt dus vrijstelling. Leerlingen worden mondeling overhoord, ze hoeven niet hardop te lezen, of een computerprogramma neemt het lezen en spellen over).

Afspraken op schoolniveau

.         De groepen 5/6 laten alle dyslectische kinderen in de gekopieerde cito-boeken hun toetsen maken.

  • De CITO toetsen van begrijpend lezen:
          * tekst (niet de vragen) ter voorbereiding laten lezen door leerling zelf 

          * uitbreiding toetstijd

          * toets eventueel in meerdere delen afnemen

          * toets (vergroot) afdrukken op A3 formaat

          * adaptief toetsen 

.        In groep 4 en 5 wordt bij Cito Spelling ongeacht de toetsscore op de startmodule, vervolgmodule 1 (dictee) afgenomen bij leerlingen met dyslexie in plaats van vervolgmodule 2 (meerkeuze).

In groep 6/ 7 en 8 wordt Cito begrijpend lezen afgenomen met Kurzweil. 

  • Wereldoriëntatietoetsen mondeling afnemen bij die kinderen waarbij dit nodig is. (dus niet bij alle dyslectische kinderen).
  • De tijd geven die ze nodig hebben en wanneer dit te lang duurt, dan een andere keer laten afmaken (als ze weer fit zijn).
  • Toetsen achteraf bespreken (feedback) met het doel dat ze de volgende keer de tips kunnen toepassen.
  • Toetsvragen voorlezen bij methodegebonden toetsen.
  • mp3 bij de entreetoetsen en eindtoetsen van CITO.
  • Dictee op de computer.
  • Regelkaarten.
  • Eigen spellingkaart / schriftje.
  • Dyslectische leerlingen mogen pictogrammen, symbolen e.d. gebruiken bij het dictee, maar niet de uitlegkaarten omdat hier de woorden op staan vermeld. Dit wordt altijd eerst besproken met de Interne Begeleider zodat dit vermeld wordt in dossier en met ouders wordt besproken.

Afspraak Tempotoetsen

Er zijn bij veel dyslectische kinderen wel grenzen aan de mogelijkheden om tot automatisering te komen. Op een gegeven moment moet je accepteren dat een kind niet veel verder komt. De tempotoetsen maken de kinderen met dyslexie gewoon mee. Als een kind met dyslexie een onvoldoende heeft gehaald voor de tempotoets, dan gaat de toets niet mee naar huis voor een handtekening. Bespreek de toets met het kind.

Afspraak Tafeltjes

Geef kinderen met dyslexie langer de kans om het tafeltjes diploma te halen, als dit nodig is. Bij achteruitgang van de kennis van de tafeltjes behouden kinderen hun diploma.

NB: Bij afname CITO spelling geen hulpmiddelen gebruiken.

NB: alle aanpassingen die gedaan worden bespreken met IB-er en vermelden in dossier en bespreken met ouders.

Dyslexiepaspoort

Al deze afspraken op schoolniveau staat in een Dyslexiepaspoort. De afspraken die voor het kind van toepassing zijn worden op het paspoort aangekruist.

Doel: Leerkracht, kind en ouders weten welke afspraken er gelden.

De leerkracht vult dit paspoort samen met het kind in. Het paspoort is voor groep 4 tot en met 8. Einde schooljaar draagt de leerkracht het paspoort over aan de nieuwe leerkracht.

Dyslexie paspoort 2017

MosaLira

mosalira

Communicatie

Onze Leerling

Snelkoppelingen